
“Wanneer een klant meer wordt dan een afspraak”
Soms voel ik me verdrietig, ondanks dit mooie beroep
Het is vlak voor mijn laatste vakantie van 2025: de nazomervakantie.
Meneer S. stapt mijn praktijk binnen met in zijn handen een fles, zorgvuldig gewikkeld in bruin papier. Hij steekt zijn arm naar me uit en zegt:
“Hier, voor jou. Drink maar lekker op tijdens je vakantie.”
Ik ben verrast. Wat lief, zeg ik. Dank je wel, ik ga er zeker van genieten.
We beginnen aan de behandeling en praten ontspannen over vakanties, herinneringen die elkaar raken, plekken waar we zijn geweest. Meneer S. zit al vanaf de eerste keer dat hij binnenliep in mijn hart. Zo’n mens bij wie je je meteen op je gemak voelt. Zijn vrouw, mevrouw S., sprak ik af en toe aan de telefoon. Ook zij: warm, betrokken en altijd vrolijk.
In de laatste maanden merkte ik dat meneer S. somberder werd. Zijn lichaam wilde niet meer zo goed meewerken, terwijl zijn hoofd nog vol plannen zat. Hij vertelde dat er veel onderzoeken aankwamen en dat het kon zijn dat hij een tijd niet zou kunnen komen.
“Voor een nieuwe afspraak bel ik wel,” zei hij.
Maar dat telefoontje kwam nooit.
Nog steeds denk ik wekelijks aan meneer S. Want wanneer je met mensen werkt, bouw je een band op. En soms wordt die band plotseling en wreed verbroken, door ziekte of een onverwacht overlijden.
In mijn hart blijft dan een leeg plekje achter. Een plekje dat zich, vreemd genoeg, nooit meer helemaal opvult. Net als bij het verlies van familie en vrienden.
Misschien is dat verdriet wel de keerzijde van een beroep waarin je zo dichtbij mensen mag komen. En misschien is het ook precies dat wat het zo waardevol maakt.
Gelukkig is een hart oneindig groot. Want met al die lege plekjes zou er anders op een dag niets meer overblijven.







