
Ze liep altijd op haar pantoffels
Ze liep altijd op haar pantoffels.
Altijd.
Niemand stelde er echt vragen over. Tot ik haar voeten zag.
Haar teennagels waren zo dik, zo lang en zo krom dat ze om haar tenen heen krulden. Elke stap moest pijn doen. En toch had ze er nooit iets over gezegd. De schaamte was groter dan het ongemak.
Deze mevrouw was altijd een verzorgde dame geweest. Iemand die haar uiterlijk belangrijk vond. Maar door verminderde oog-handcoördinatie, stijfheid en steeds meer moeite met bukken, lukte het haar niet meer om haar eigen voeten te verzorgen. Wat ooit vanzelfsprekend was, werd langzaam onmogelijk.
En niemand zag het.
Tijdens de behandeling merkte ik hoe gespannen ze was. Alsof ze zich verontschuldigde voor haar eigen voeten. Maar naarmate de nagels werden geknipt, verzorgd en weer in model kwamen, veranderde er iets. Haar schouders ontspanden. Haar blik werd zachter.
Toen ze klaar was, keek ze naar haar voeten en glimlachte.
“Had ik dit maar eerder gedaan,” zei ze zacht.
En het allermooiste moment?
Ze trok haar eigen schoenen weer aan.
Voor veel mensen lijkt dat iets kleins. Maar voor haar – een trotse, stijlvolle dame – was het een stukje waardigheid dat terugkwam.
Dit soort situaties zie ik vaker. Achter verwaarloosde voeten schuilt zelden onwil. Veel vaker schuilt er schaamte, onmacht en verdriet.
En niets is mooier dan iemand na afloop weer te zien stralen. Niet alleen vanwege verzorgde voeten, maar omdat iemand zich weer zichzelf voelt.